| Huisartsen / POH
De huisarts zal meestal als eerste de diagnose stellen en de patiënt inlichten over zijn ziekte. Hij spreekt een aantal onderzoeken af om te bepalen hoever de ziekte is voortgeschreden. Vervolgens bespreekt de huisarts wat er verder moet gebeuren met de patiënt. De huisarts spreekt bijvoorbeeld af dat de patiënt uitgebreide voorlichting zal krijgen van de diëtist en de praktijkondersteuner. Misschien vindt hij ook medicatie noodzakelijk. Meestal zal hij driemaandelijkse controles laten uitvoeren door de praktijkondersteuner. Als de huisarts en zijn team de situatie van de patiënt te gecompliceerd vinden kunnen ze de patiënt doorverwijzen naar de specialist. Dat kan zijn voor éénmalig advies, maar ook ter overname van de behandeling. De huisarts is eindverantwoordelijk voor alle zorg die de diabetespatiënten krijgen zolang ze onder zijn hoede zijn
De praktijkondersteuner controleert de patiënt in opdracht van de huisarts. Hierbij ligt de nadruk op het voorkomen van complicaties, waarbij heel goed op de toestand van de bloedvaten en de koolhydraten- en vetstofwisseling wordt gelet. Er wordt veel aandacht besteed aan voorlichting over het verstandig omgaan met diabetes en de patiënt wordt geleerd zelf controles uit te voeren. De praktijkondersteuner is de vraagbaak waar de patiënten met al hun vragen en problemen terecht kunnen. In de meeste praktijken begeleidt de praktijkondersteuner de patiënten als het nodig is dat overgegaan wordt tot het spuiten van insuline. In sommige praktijken wordt dat ook door de diabetesverpleegkundige gedaan.
|
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Huisartsenorganisatie Kop van Noord-Holland. | |